Inhoudsopgave
De normale overvloeimodus
Kijk eens in het venster voor lagen. Wanneer je een laag selecteert, zie je standaard ergens normaal staan in het laagpaneel.
Dat is logisch, want standaard gebruik je de overvloeimodus normaal. Wat betekent dat? Dat de bovenste laag de onderste bedekt. De laag onderaan heeft geen impact op de laag erboven.
Met de schuifbalkjes voor dekking en vul zou je in de bovenste laag doorzichtigheid kunnen toevoegen, zodat de onderste laag zichtbaar wordt. Zo kan je de lagen in elkaar doen overvloeien.
Maar, met de overvloeimodi die we hier bespreken kan je meer genuanceerde effecten creëren. Het schuifbalkje voor dekking maakt alle pixels meer of minder zichtbaar, terwijl we met overvloeimodi bepaalde pixels uit de onderliggende laag wel of niet kunnen tonen. We kunnen zelfs de kleuren veranderen op basis van de pixels uit meerdere lagen.
Klinkt moeilijk? Je zal merken dat dat best meevalt zodra we straks wat voorbeelden bekijken.
Hoe de overvloeimodus selecteren?
Als je klikt op normaal in het laagvenster, opent een keuzelijstje met daarin alle overvloeimodi. Je kan de gewenste overvloeimodus in de lijst gewoon aanklikken, of je kan met de pijltjestoetsen doorheen de lijst navigeren. Dat is handig, want je ziet meteen ook het effect.
Tip | Kan je normaal niet aanklikken? Is de lijst met overvloeimodi onbeschikbaar?
Dan is de kans groot dat je op de zwaar beveiligde achtergrondlaag aan het werken bent. Je moet die laag eerst omzetten in een gewone laag door erop te klikken, eventueel een naam te geven en dan op OK te klikken.
Merk op dat je de overvloeimodus ook kan instellen voor aanpassingslagen, dus niet alleen voor gewone afbeeldingslagen.
Laat ons een voorbeemd bekijken. Als we bijvoorbeeld een aanpassingslaag toevoegen van het type volle kleur, kunnen we met de overvloeimodi bepalen welke impact deze kleurlaag heeft op de rest van de afbeelding.
De hoofdcategorieën van de overvloeimodi
In de lijst met overvloeimodi zie je enkele horizontale lijnen staan. Die lijnen scheiden de groepen overvloeimodi van elkaar.
Hoewel we niet alle overvloeimodi hier bespreken (enkel de meest gebruikte), lees je wel een korte opsomming van de groepen:
- Normaal: dit is de normale overvloeimodus. De laag eronder wordt enkel zichtbaar als je de dekking van de laag aanpast
- Donkerder: het eindresultaat zal donkerder zijn dan de originele lagen.

- Lichter: het eindresultaat zal lichter zijn dan de originele lagen.

- Contrast: met deze modi worden de contrasten tussen lichte en donkere pixels vergroot.

- Inversie: met deze overvloeimodi worden kleuren omgekeerd, dat is vooral nuttig om te checken of items perfect bovenop elkaar geplaatst worden.

- Componenten: verander een component van de onderste laag met een component van de bovenste laag
Enkele voorbeelden van veelgebruikte overvloeimodi
Overvloeimodus “Donkerder”
De kleur van de pixels in de laag wordt vergeleken met de pixels in de laag eronder. De donkerste waarden worden behouden. Het eindresultaat is dus donker.
Kijk bijvoorbeeld naar deze afbeelding. Een speelgoedauto werd voor de foto met sneeuw gezet.
Wanneer de auto voor de sneeuw staat, is de auto iets donkerder dan de sneeuw. Het wit van de auto is eigenlijk donkerder dan het wit van de sneeuw. In dat geval zie je met de overvloeimodus donkerder dus de auto (die is donkerder).
Wanneer we de auto verschuiven naar de bomen, dan zijn die bomen donkerder dan de auto. In dat geval verschijnen de pixels van de bomen. Enkel de donkere stukken van de auto zijn dan nog zichtbaar.
Overvloeimodus “Vermenigvuldigen”
Nog vaker wordt vermenigvuldigen gebruikt. Dat lijkt op donkerder, maar de berekening is nu anders. De RGB-waarden worden met elkaar vermenigvuldigd, en dat zorgt voor een nog donkerder eindresultaat.
Stel dat we bijvoorbeeld 2 onderstaande lagen willen combineren.
Als we nu vermenigvuldigen selecteren zie je al een interessant effect.

Niet perfect natuurlijk, maar we kunnen nu een laagmasker toevoegen en tekenen met zwart om alleen nog maar het schip te tonen voor de bovenste laag.
Nog niet perfect, maar wel interessant he. Je zou ook met een kleurovergang op het masker kunnen werken om geleidelijk de ene afbeelding te laten overgaan in de andere.
Je kan de overvloeimodus ook instellen voor een aanpassingslaag. Hieronder passen we eerst een kleur aanpassingslaag toe, daarna veranderen we de overvloeimodus zodat de onderste laag ook zichtbaar wordt, en tot slot voegen we op het masker een kleurovergang in om de overgang geleidelijk te maken.
Het voordeel van de aanpassingslaag is natuurlijk dat je non-destructief te werk gaat. Achteraf kan je altijd alles aanpassen.
Overvloeimodus “Bedekken”
Nog zo’n hyperpopupaire overvloeimodus: bedekken. In het Engels kom je die tegen als overlay.
Eigenlijk combineert deze modus een vorm van vermenigvuldigen en bleken: de donkere pixels worden nog donkerder, de lichte lichter. Het is ook om die reden dat we bedekken in de groep contrast terugvinden.
Wanneer je je laag dupliceert en de modus van de bovenste laag verandert naar bedekken dan zie je meteen het contrastverhogend effect.
Het is eigenlijk nog efficiënter om niet de laag te dupliceren, maar in de plaats opnieuw een aanpassingslaag toe te voegen (bijv. van het type curve, hoe je met curves werkt ontdek je later). Die aanpassingslaag geef je dan de overvloeimodus bedekken.
Maar wat nu wanneer je enkel op bepaalde gebieden het contrast wil aanpassen? Dan kan je gebruik maken van een laagmasker.
Hieronder werd een laagmasker toegevoegd dat vervolgens zwart werd gemaakt door erop te klikken en dan ctrl i in te geven. Als je dan met een wit penseel op het masker tekent, dan worden alleen die gebieden lichter of donkerder. Zo kan je op heel bepaalde plaatsen het contrast aanpassen. Anders gezegd, je kleurt zo extra contrasten in. En omdat we een masker gebruiken, is alles ook in geen tijd terug aan te passen.
Overvloeimodi “Kleurtoon”, “verzadiging”, “kleur” en “lichtsterkte”
Met deze overvloeimodi vervang je een bepaalde component van de onderste laag door een component van de bovenste laag. Welke component vervangen wordt, hangt af van de laagmodus.
Hieronder veranderen we bijv. de kleur van de auto. Door met een laagmasker te werken wordt de aanpassing geïsoleerd.
