Inhoudsopgave
- Een laagstijl is een set van laageffecten
- Waarom laagstijlen met laageffecten gebruiken?
- Hoe een laagstijl of laageffecten toevoegen?
- Effecten selecteren, bewerken en verwijderen in het laagstijlvenster
- Eigen laagstijl opslaan en oproepen
- Laagstijl bewerken en tijdelijk niet tonen
- Laagstijl kopiëren van de ene laag naar de andere
- Meerdere keren hetzelfde laageffect gebruiken
- Enkele populaire laageffecten
Een laagstijl is een set van laageffecten
Even eerst wat uitleg over het woord laagstijl. Wat is dat? Een laagstijl is een set van laageffecten die je toepast op een laag.
Die laageffecten zijn divers, denk bijv. aan het effect lijn of slagschaduw. We kunnen meerdere effecten tegelijk toepassen. Het geheel van al die effecten die op een laag worden toegepast noemen we de laagstijl.
Bekijk het voorbeeld hieronder. Het zwarte kader rond de foto is een laageffect, net als de schaduwen op de tekst.

Waarom laagstijlen met laageffecten gebruiken?
Het grote voordeel van werken met laageffecten lijkt op dat van werken met aanpassingslagen: je werkt non-destructief. Dat betekent dat je op elk moment je effect kan aanpassen of teniet doen, zonder impact op je originele afbeelding.
Hieronder hebben we de laageffecten eens aangepast. Dat gaat in slechts enkele klikjes. Merk het kader rond de afbeelding op, de schaduw bij de tekst etc.

De laagstijl doet zijn ding dus onafhankelijk van je inhoud. En dat bespaart je vaak enorm veel tijd. Stel dat ik een laagstijl toevoeg aan een laag met tekst.

Omdat het effect los staat van de inhoud van de laag, kunnen we achteraf altijd de tekst veranderen. We kunnen hetzelfde effect dus toepassen op een ander woord, we kunnen nog altijd de lettergrootte of het lettertype veranderen, etc.
Bekijk hier hetzelfde effect op aangepaste tekst.

Hoe een laagstijl of laageffecten toevoegen?
Laagstijlen toevoegen doe je op verschillende manieren.
Ten eerste moet je eens onderaan kijken in het venstertje voor lagen. Je ziet daar een fx-icoontje. (Tip: klik eerst op de laag waarop je laageffecten wil toevoegen, fx wordt vanaf dan selecteerbaar) As je op fx klikt, verschijnt een keuzelijstje waar je het gewenste effect kan selecteren.
Meteen na die klik opent het laagstijlvenster waar je het effect kan instellen. Straks nog iets meer daarover.
Ten tweede kan je ook via het menu gaan. Klik op laag en dan laagstijl. Opnieuw krijg je de keuze.
De derde manier is de snelste: wanneer je op een laag dubbelklikt, opent het venster voor laagstijlen.
Merk op dat laagstijlen niet werken op achtergrondlagen. Je moet de achtergrondlaag dus eerst omzetten in een gewone laag.
Zodra je de laagstijl hebt toegevoegd, wordt het effect toegepast op de laag.
Laagstijl combineren met laagmasker
Soms wil je een laagstijl toevoegen aan een deel van de afbeelding. Je doet dat eenvoudig door van dat deel een nieuwe laag met een laagmasker te maken.
In het voorbeeld hieronder selecteren we de 2 lichten van de auto (selecteer gemakkelijk vanuit het middelpunt door shift & alt in te drukken). Die selectie gebruiken we op een nieuwe laag als laagmasker.
Omdat we aan de eerste laag al laagstijlen hadden toegevoegd, zie je nu dat die ook getoond worden op de laag met het masker. Omdat we op de geselecteerde lichten geen lijn-stijl willen toepassen, verwijderen we ze gewoon door te dubbelklikken op de stijl en dan op het vuilnisbakicoontje te klikken.
We voegen nu een nieuwe laagstijl toe, namelijk kleurbedekking. Het venster met laagstijlen open je snel door te dubbelklikken op de naam van de laag.
Hieronder zie je het eindresultaat.

Effecten selecteren, bewerken en verwijderen in het laagstijlvenster
Wanneer je werkt met laagstijlen door bijvoorbeeld te dubbelklikken op een laag, opent het laagstijlvenster. In het midden van het venster vind je altijd de instellingen per effect.

Je kan ook meteen andere effecten selecteren aan de linkerkant. Een stijl kan immers meerdere effecten bevatten, zelfs 2 maal hetzelfde effect. Vergeet niet altijd op het effect te klikken dat je wil aanpassen om in het midden de juiste instellingsmogelijkheden te zien.
Soms zie je maar een selectie van de beschikbare laageffecten. Om ze allemaal te zien klik je in het laagvenster op fx en kies je voor alle effecten tonen.
Eigen laagstijl opslaan en oproepen
Wanneer je lang gewerkt hebt aan een eigen reeks van laageffecten, dan kan je die laagstijl opslaan. Zo kan je deze met 1 klik ook in andere afbeeldingen toepassen. Opslaan doe je in het laagstijlvenster bij nieuwe stijl… aan de rechterkant. Je kan de stijl dan een naam geven.
Om een bewaarde stijl toe te passen, open je het laagstijlvenster door op een laag te dubbelklikken. Vervolgens klik je bovenaan links op stijlen en dan vind je daar de laagstijl terug. Merk hier ook op dat er al heel wat kant en klare laagstijlen zijn.
Dat is een heel gemakkelijke optie om snel hetzelfde effect op meerdere foto’s toe te passen.
Laagstijl bewerken en tijdelijk niet tonen
In het laagpaneel zie je je laageffecten onder de lagen staan waarop ze van toepassing zijn. Met het oogje kan je de stijl in zijn geheel of elk effect apart inschakelen of uitschakelen.
Wanneer je de stijl of een effect wil bewerken, dubbelklik je best op de stijl of een effect. Je komt dan opnieuw in het laagstijlvenster.
Laagstijl kopiëren van de ene laag naar de andere
Heb je een laagstijl toegevoegd aan een laag? Dan kan je die gemakkelijk kopiëren naar een andere laag. Je moet gewoon met de rechtermuisknop klikken op de laag en dan kiezen voor laagstijl kopiëren. Wanneer je dan bij je andere laag hetzelfde doet, maar kiest voor laagstijl plakken heb je de laagstijl gekopieerd.
Meerdere keren hetzelfde laageffect gebruiken
In het laagstijlenvenster zie je bij de laageffecten een +-teken staat. Als je daarop klikt, kopieer je het laageffect. Dat is handig om verschillende keren achter elkaar het laageffect toe te passen. Bekijk bijvoorbeeld deze afbeelding. We hebben hier 3 keer een lijneffect toegepast op de tekstlaag. Een gele buitenlijn, een blauwe buitenlijn, en een binnenopvulling.

Hieronder zie je de instellingen voor deze afbeelding.

Enkele populaire laageffecten
De mogelijkheden met de laagstijlen zijn echt erg groot. Hieronder ontdek je enkele populaire effecten.
Laageffect “Schuine kant en reliëf”
Met schuine kant en reliëf geef je diepte aan een laag. Het lijkt dan alsof niet alles plat is, maar dat er reliëf in je laag zit. Je doet alsof een deel van je item rechtop staat, alsof het in de hoogte gaat.

Hoe geeft Adobe Photoshop dat effect? Door bepaalde delen van je afbeelding lichter en donkerder te maken.
Laageffect “Lijn”
Met lijn voeg je randen toe. Maar je kan veel meer. Ten eerste kan je de grootte (breedte) van je rand instellen. Je kan ook kiezen of die rand buiten of binnen je object getoond moet worden.
In het scherm zie je ook een kleurvakje waarmee je de kleur van je rand instelt. Merk op dat je daar ook kan kiezen voor een verloop of een patroon.
In het voorbeeld hieronder hebben we meerdere leren het laageffect toegevoegd, door telkens op de plus te drukken. Door te variëren in grootte kan je alle randen zichtbaar maken.

Laageffect “Gloed binnen en gloed buiten”
Met gloed binnen en gloed buiten zorg je voor een diffuse gloed aan de binnenkant of buitenkant van je object. Natuurlijk kan je instellen hoe groot deze gloed is, welke kleur gebruikt wordt etc.
Om het eens te tonen, heb ik hieronder aan de lichten van de auto een buitengoed toegevoegd. Dat effect wordt echt vaak gebruikt, je moet er maar eens op letten.

Laageffect “Schaduw binnen en slagschaduw”
Met schaduw binnen creëer je een schaduw op je object, met de slagschaduw creëer je een schaduw van je object. Ook hier weer heb je erg veel opties die je alleen maar leert kennen door veel te experimenteren.
Hieronder zie je 3 voorbeelden.

