Inhoudsopgave
Controleer eerst je enveloppen en printer
Voordat je aan de slag gaat, kijk na of je printer geschikt is om enveloppen te printen. Niet elke printer kan dat even makkelijk aan.
Daarnaast moet je het formaat van je envelop weten. Veelgebruikte formaten zijn bijvoorbeeld 114 x 162 mm (klein formaat). Die afmetingen vind je meestal op de verpakking of in de productomschrijving, bijvoorbeeld op Bol.com.
De enveloppenfunctie in Word openen
Open Microsoft Word en ga naar de tab Verzendlijsten. Klik in de groep Maken op de knop Enveloppen.
Het juiste formaat kiezen
In het venster dat opent, klik je op Opties. Op het tabblad Envelopopties vind je een lange lijst met verschillende envelopformaten. Zoek het formaat dat bij jouw envelop past en selecteer het.
Je kan hier ook het lettertype aanpassen voor zowel de geadresseerde als de afzender, zodat de tekst er netjes uitziet.
Printerinstellingen voor enveloppen
Ga naar het tabblad Afdrukken in hetzelfde optiescherm. Hier kan je instellen hoe je de envelop in je printer moet leggen.
Elke printer werkt anders, dus het kan even zoeken zijn naar de juiste invoerpositie en -richting. Probeer het uit en test eventueel met een blanco envelop.
Wanneer alles goed staat, klik je op OK.
Adresgegevens invoeren
Terug in het hoofdvenster typ je het adres van de geadresseerde in het vak Adres geadresseerde. Optioneel kan je ook het adres van de afzender invullen.
Gebruik je een adresboek? Dan kan je de gegevens daaruit makkelijk kopiëren en plakken.
Afdrukken
Als alles klaarstaat, klik je op Afdrukken om de envelop te bedrukken.
Samenvatting
- Controleer dat je printer enveloppen aankan.
- Kies het juiste formaat in Word via Verzendlijsten > Enveloppen > Opties.
- Stel je printer correct in voor de invoer van enveloppen.
- Voer de adresgegevens in en druk af.
