Waarom retoucheren?
Soms is je foto bijna perfect, maar net niet helemaal.
Een mooie landschapsfoto met een auto in beeld, een portret met een opvallend puistje, een stofje op de lens…
Gelukkig kan je in GIMP die storende details eenvoudig verwijderen of verbergen.
Zo ziet je afbeelding er uiteindelijk precies uit zoals jij het wil.
Voor je begint: maak een kopie van je laag
Een belangrijke tip: dupliceer altijd je laag voordat je begint te retoucheren.
Zo heb je altijd een back-up, en kan je achteraf vergelijken met je originele afbeelding.
Klik in het lagenpaneel met de rechtermuisknop op je laag en kies Laag dupliceren.
Dubbelklik op de naam van elke laag om ze herkenbaar te benoemen.
Bijvoorbeeld “Origineel” en “Bewerkt”.
Verberg een van de lagen met het oogicoontje, zodat je zeker weet op welke laag je werkt.
Overdrijf niet
Let op dat je niet te veel aanpast.
Te ingrijpende retouches maken je afbeelding al snel onnatuurlijk.
Subtiele correcties zorgen meestal voor het mooiste resultaat.
Twijfel je? Vergelijk altijd even met je originele laag.
Clonen en repareren: de basis
GIMP heeft twee krachtige tools waarmee je eenvoudig details kan wegwerken:
- Clonen: kopieert pixels van een brongebied naar je probleemgebied.
- Repareren: werkt slimmer en houdt rekening met de structuur en kleur van je bestemming.
Beide werken op dezelfde manier:
- Kies Clonen of Repareren in de gereedschappen.
- Zoom goed in op je afbeelding.
- Druk Ctrl in en klik op een mooi stukje van je foto dat je als bron wil gebruiken.
- Laat Ctrl los en klik op het gebied dat je wil corrigeren.
- Herhaal tot het detail weg is.
Hoeveel je moet klikken, hangt af van de hardheid, dekking en kracht van je penseel.
Experimenteer hier wat mee tot je een natuurlijk effect krijgt.
Wat is het verschil?
- Clonen maakt gewoon een kopie.
- Repareren mengt de gekopieerde pixels slimmer met de omgeving.
Vaak ziet repareren er daardoor natuurlijker uit.
Praktisch voorbeeld: skiërs verwijderen
Stel, je hebt een prachtig sneeuwlandschap, maar in de verte staan drie skiërs die je wil wegwerken.
- Zoom in op het gebied.
- Kies het clonengereedschap.
- Selecteer een iets groter penseel.
- Druk Ctrl in en klik op een schone sneeuwzone.
- Klik een paar keer op de skiërs tot ze weg zijn.
Merk op: je kopieert letterlijk een stuk sneeuw over de skiërs heen.
Wil je het nog beter mengen?
- Ga een paar stappen terug (Ctrl+Z).
- Kies nu het repareergereedschap.
- Doe opnieuw Ctrl+klik op de bronzone.
- Klik op de skiërs.
Je merkt dat het eindresultaat subtieler is.
De textuur blijft mooier behouden.
Tip: verven in plaats van klikken
Naast klikken kan je ook slepen met je penseel.
Terwijl je sleept, schuift je brongebied automatisch mee.
Probeer beide technieken en kijk wat voor jouw afbeelding het beste werkt.
Geavanceerd retoucheren met de Wavelet-filter
Wil je nog preciezer werken? Dan is de Wavelet-ontleding een krachtig hulpmiddel.
Met deze filter splits je je afbeelding in verschillende lagen:
- Onderaan: de globale kleur.
- Bovenaan: steeds fijnere details.
Zo kan je storende details isoleren en wegwerken zonder andere delen van je foto aan te passen.
Zo doe je dat:
- Ga naar Filters > Wavelet-ontleding.
- Kies hoeveel lagen je wil (de standaardinstelling is meestal goed).
- Klik OK.
- In het lagenpaneel zie je nu een nieuwe groep met alle wavelet-lagen.
Bekijk de lagen een voor een door de oogjes aan en uit te zetten.
Nu kan je op elke laag afzonderlijk werken:
- Gebruik repareren of clonen om imperfecties weg te halen.
- Of vervaag delen met Filters > Vervagen > Gaussiaanse vervaging.
Als je klaar bent, zet je alle lagen weer zichtbaar.
Je ziet dan je eindresultaat: een perfect gerepareerde afbeelding.
Klik hieronder om verder te gaan naar de volgende les.
